zondag, 13 december 2009 19:51

IBD en vermoeidheid

Geschreven door

Aan de Rijksuniversiteit Groningen heeft men een onderzoek gedaan naar het verband tussen IBD (ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) en vermoeidheid. Het persbericht is hieronder te lezen.

De term ‘inflammatory bowel disease’ (IBD) wordt gebruikt om een ziektebeeld aan te duiden dat gekenmerkt wordt door een chronische ontsteking van het maag-darmkanaal. De twee belangrijkste vormen van IBD zijn de ziekte van Crohn (CD) en colitis ulcerosa (UC). In de literatuur heerst nog onduidelijkheid over het vóórkomen van vermoeidheid. In de praktijk blijkt echter dat vermoeidheid een zeer grote rol speelt bij IBD-patiënten. Vermoeidheid kan een negatief effect hebben op de ervaren kwaliteit van leven. Met dit onderzoek wordt gepoogd een indruk te krijgen van de factoren die een rol spelen bij ervaren vermoeidheid. Wanneer er meer inzicht wordt verkregen in de achterliggende oorzaken van vermoeidheid, kunnen bijvoorbeeld artsen beter inspelen op de vermoeidheidsklachten. Hierdoor zou de vermoeidheid kunnen verminderen en de kwaliteit van leven verbeteren.

In dit onderzoek wordt ten eerste gekeken naar de prevalentie en ernst van vermoeidheid bij IBD-patiënten. Daarnaast worden factoren in kaart gebracht die van invloed zijn op de ervaren vermoeidheid bij IBD-patiënten. Tot slot wordt onderzocht welke aspecten van kwaliteit van leven beïnvloed worden door vermoeidheid en in welke mate vermoeidheid de kwaliteit van leven beïnvloedt. Het onderzoek is uitgevoerd onder 82 personen met de ziekte van Crohn en 50 personen met colitis ulcerosa.

Van de patiënten met de ziekte van Crohn geeft 83.9% aan, in de afgelopen twee weken, zich in meer of mindere mate moe te hebben gevoeld. Van deze mensen heeft 18.5% voortdurend te maken met vermoeidheid. Bij patiënten met colitis ulcerosa voelt 83.6% zich in meer of mindere mate vermoeid. 18.4% van deze groep voelt zich voortdurend vermoeid. Opvallend is dat niet alle vermoeide IBD-patiënten hun ervaren vermoeidheid ook als problematisch ervaren.

Van de IBD-patiënten voelt 12.2% zich een groot deel van de tijd of de hele tijd depressief. 30.5% van de patiënten voelt zich een klein of matig deel van de tijd depressief.
De gemiddelde ziekte-ernst bij patiënten met de ziekte van Crohn is hoger dan de gemiddelde ziekte-ernst van patiënten met de ziekte van Crohn. Hogere ziekte-ernst gaat samen met grotere ervaren vermoeidheid. Ditzelfde geldt voor ziekteactiviteit en vermoeidheid.

Somatische factoren (ziekte-ernst en ziekteactiviteit) verklaren 18.7% van de variantie in vermoeidheid. Psychosociale factoren spelen echter een minstens zo belangrijke rol bij het verklaren van vermoeidheid bij IBD-patiënten. De ziektecognities hulpeloosheid, ziekteacceptatie & disease benefits en sociale interacties (sociale steun) vertonen correlaties met vermoeidheid. Ziektecognities voegen 19.6% verklaarde variantie toe aan het model. Sociale steun verklaart 4.6% van de variantie in vermoeidheid. De totale verklaarde variantie van het model is ruim 43%.

Naast het behandelen van de ziekte is het van groot belang IBD-patiënten psychologisch te ondersteunen. Al bestaand beleid bij langdurige, lichamelijk onverklaarbare moeheidsklachten zou handvatten kunnen bieden voor interventies bij IBD-patiënten. Cognitieve gedragstherapie kan hierbij een rol spelen.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen