woensdag, 22 juli 2015 15:06

Nieuwe inzichten genetische achtergrond

Geschreven door

​Onderzoekers van het UMCG hebben 38 nieuwe gebieden in het DNA gevonden die betrokken zijn bij het ontstaan van inflammatoire darmziekten. Dit vonden zij in een wereldwijde studie, waarin voor het eerst genetische gegevens van grote aantallen individuen van verschillende etniciteiten met elkaar gecombineerd zijn. De gevonden genetische factoren geven meer inzicht in de biologische mechanismen die leiden tot de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Deze bevindingen werden gepubliceerd in het toonaangevende Nature Genetics. Rinse Weersma, hoogleraar maag-darm-leverziekten in het UMCG, leidde het grote internationale samenwerkingsverband dat deze studie uitvoerde.

Genetische risicogebieden

De gebieden in het DNA die geassocieerd zijn met IBD worden loci genoemd, dit zijn gebieden op het genoom waarin 1 of meerdere genen kunnen liggen. Uit eerder onderzoek van het internationaal IBD genetics consortium, waar ook Weersma’s groep aan deelneemt, bleken al 163 loci geassocieerd te zijn met IBD. “Deze studie was echter verricht met alleen maar Europese individuen. We weten echter dat ook in andere delen van de wereld IBD steeds vaker voorkomt”, aldus Suzanne van Sommeren, MD-PhD student en gedeeld eerste auteur van het onderzoek. Daarom werden 10.000 niet-Europese individuen aan de Europese dataset toegevoegd. “We hebben binnen het consortium data uit Japan, Hong Kong, China, Zuid Korea, India en Iran verzameld”. Met in totaal bijna 100.000 individuen is deze studie dan ook de grootste genetische studie in IBD en de eerste die data van Europese en niet-Europese landen combineert. Om zo’n grote studie uit te voeren is een sterk samenwerkingsverband opgebouwd met verschillende groepen, met name de groep van Carl Anderson van het Sanger institute in Groot-Brittannië. Door de genetische data van deze etnische groepen te combineren, werden nog eens 38 loci gevonden, waardoor van meer dan 200 loci bekend is dat ze met het ontstaan van IBD te maken hebben. “Deze loci kunnen als basis dienen voor verder onderzoek”, vertelt Van Sommeren. “Meer kennis over de genetische achtergrond geeft ook meer inzicht in welke eiwitten en biologische mechanismen betrokken zijn bij het ontstaan van IBD. Hierdoor kunnen we steeds gerichter proberen in deze mechanismen in te grijpen”.

Transetnische studie

Ondanks de grote genetische verschillen tussen populaties blijkt dat de genetische achtergrond van IBD grotendeels overeenkomt. “Blijkbaar zijn dus dezelfde genen belangrijk voor het ontstaan van IBD. Je kunt met speciale statistische methodes goed verschillende populaties combineren”, licht Van Sommeren toe. Enkele belangrijke “Europese” genen lijken echter niet belangrijk te zijn in deze populaties. “Dit zijn zeer interessante bevindingen en mogelijk komt dit doordat mensen in deze landen andere omgevingsfactoren hebben. Hier moet nog meer onderzoek naar gedaan worden. Dit kan door goed te kijken naar omgevingsfactoren zoals het dieet, roken en ook de samenstelling van de darmbacteriën”. Bron: Persbericht UMCG

donderdag, 09 juli 2015 15:50

Chronische darmontsteking komt veel vaker voor dan gedacht

Geschreven door

MAASTRICHT, 25 juni 2015 – Onderzoek toont aan dat bijna 9 op de 1000 mensen last hebben van een chronische darmontsteking. Dat is fors meer dan de huidige schattingen. Dit is één van de uitkomsten van een grootschalig onderzoek van het Maastricht UMC+. Het Maastrichtse ziekenhuis bracht, samen met Orbis MC en Atrium MC, jarenlang gegevens in kaart van duizenden Zuid-Limburgse patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. De langlopende studie geeft voor het eerst in Nederland een betrouwbare weergave van beide ziektebeelden en werd recent beschreven in het toonaangevende International Journal of Epidemiology.

De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn de twee voornaamste vormen van chronische darmontsteking en worden meestal afgekort tot IBD (inflammatory bowel disease). Deze ziektes komen vaak al op relatief jonge leeftijd (tussen 15-30 jaar) voor en hebben in veel gevallen een grote, negatieve impact op de kwaliteit van leven. Patiënten zijn vermoeid en hebben vaak last van buikpijn, gewichtsverlies en chronische diarree. De aanhoudende klachten kunnen zorgen voor grote belemmeringen in het dagelijks leven en het is niet ongebruikelijk dat patiënten bijvoorbeeld vroegtijdig arbeidsongeschikt worden verklaard. Het ziekteverloop van IBD is moeilijk van patiënt tot patiënt te voorspellen en de verschillende behandelingen die er zijn, zijn lang niet bij iedere patiënt even effectief.

Veel meer dan gedacht

Om een beter inzicht te krijgen in het verloop van deze darmziektes heeft het Maastricht UMC+ samen met de ziekenhuizen van Sittard en Heerlen het zogeheten IBD Zuid-Limburg cohort opgezet. Daar zijn inmiddels 1675 patiënten met colitis ulcerosa en 1162 patiënten met de ziekte van Crohn in opgenomen, nagenoeg alle IBD-patiënten in Zuid-Limburg sinds 1991. Uit deze grote hoeveelheid gegevens blijkt onder andere dat IBD veel vaker voorkomt dan aanvankelijk altijd werd gedacht. Huidige schattingen gaan uit van ongeveer 2 patiënten per 1000 mensen, maar dat blijkt volgens de nieuwe gegevens meer dan vier keer zo hoog te zijn. Per jaar komen er ongeveer 70 nieuwe patiënten per 100.000 inwoners bij, ook dat getal is veel hoger dan altijd wordt aangenomen.

Individuele aanpak

Uiteindelijk willen de onderzoekers toewerken naar een betrouwbare diagnose en betere behandeling van IBD. "Iedere patiënt heeft namelijk een andere zorgbehoefte", zegt projectleider en MDL-arts Marieke Pierik van het Maastricht UMC+. "Het stellen van de definitieve diagnose neemt veel tijd in beslag en het kan vaak maanden duren voordat duidelijk is of een medicijn of operatie enig effect heeft. We gaan nu onder meer onderzoeken of er verschillende patiëntgroepen gedefinieerd kunnen worden. Zo kunnen we veel beter inschatten of een patiënt wel of niet zal reageren op een bepaalde behandeling." Op die manier werken de wetenschappers aan een geïndividualiseerde aanpak voor iedere patiënt, die op den duur gezondheidswinst en kostenbesparingen kunnen opleveren. Bron: Persbericht UMC Maastricht

maandag, 15 juni 2015 14:51

Invloed van vitamine D op Crohn

Geschreven door

Mensen die lijden aan de ziekte van Crohn doen er goed aan om vitamine D-supplementen te slikken. Dit beweren wetenschappers deze maand in het wetenschappelijke blad United European Gastroenterology Journal. Hoewel vitamine D niet helpt om de ziekte van Crohn te genezen, kan het wel helpen de klachten te verminderen.

Positieve effecten

De onderzoekers gaven 27 Crohn-patiënten een placebo of vitamine D-supplementen. De patiënten die vitamine D-pillen slikten, slaagden er vaker in om hun darmpermeabiliteit op het juiste niveau houden. Normaal gesproken hebben mensen met de ziekte van Crohn een verhoogde darmpermeabiliteit, waardoor de darm meer stoffen in het lichaam toelaat dan goed voor iemand is. Ook hadden de vitamine D-gebruikers minder ontstekingen en waren ze meer tevreden over hun kwaliteit van leven.

Meer data nodig
De wetenschappers zijn tevreden over het onderzoek. “Dit zijn de eerste bewijzen dat het een toegevoegde waarde heeft om als Crohn-patiënt vitamine D te slikken”, schrijven de onderzoekers in het paper. “Wel is er nog meer data nodig om onze conclusies te bevestigen.” Daar hebben ze een punt, want 27 proefpersonen is geen grote groep. Bron: Scientas.nl EUG Journal

zaterdag, 26 juni 2010 19:57

Waarom heeft niet iedereen een verhoogde CRP bij een opstoot?

Geschreven door

De ziekte van Crohn is een chronische ontstekingsziekte van het maagdarmstelsel die gekenmerkt wordt door terugkerende inflammatoire opstoten. Het is aangetoond het Complement Reactief Proteïne (beter gekend als CRP dat bij elk bloedonderzoek nagekeken wordt) een nauwkeurige parameter is voor het meten van de ernst van een ontsteking in ons lichaam. Toch hebben artsen vastgesteld dat er bij 20 tot 25 procent van de Crohnpatiënten er geen verhoging in de CRP-waardes optreedt. De reden hiervoor is niet gekend. Aan de universitaire ziekenhuizen van Leuven, België en Großhadern, Duitsland werd gezocht naar eventuele mutaties in het genpatroon dat verantwoordelijk is voor het opstarten van de eiwitproductie bij een CRP activatie. Anderzijds werd ook de invloed van het interleukine 6 (IL-6) op de CRP-productie onderzocht. IL-6 zorgt er immers voor dat de hepatocyten (dat zijn levercellen die nauw betrokken zijn bij de aanmaak van eiwitten) gestimuleerd worden tot de aanmaak van het CRP.

Een groep van 718 patiënten met een actieve vorm van de ziekte van Crohn, die behandeld werden met infliximab (Remicade) en waarbij men de CRP-waarden van de patiënten kende, werd ingedeeld in twee groepen. Naast de patiënten met een hogere CRP-waarde werden ook 34 patiënten gevonden met een door endoscopie bevestigde actieve ontsteking van de ziekte van Crohn maar met een normale CRP. In beide groepen werden de IL-6 concentraties in het bloed gemeten en werd er gezocht naar eventuele mutaties aan het CRP producerende gen.

De conclusie was dat patiënten met een lagere CRP minder interleukine 6 in het bloed hadden. Een genmutatie werd niet vastgesteld. Of dit ook effecten heeft in de darmen zelf dient nog verder onderzocht te worden. De resultaten werden bekend gemaakt op het ECCO 2010 congres.

Op de ‘Digestive Disease Week‘ 2010 in New Orleans, VS, heeft dokter Andrew Hart vanThe University of East Anglia (‘UEA's School of Medicine’ in Groot-Brittannië) zijn studie over de mogelijke gevolgen van het langdurig gebruik van aspirine bij mensen met inflammatoire darmziekten (IBD) voorgesteld. De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn de twee bekendste voorbeelden van deze inflammatoire darmziekten. Tot op heden is nog steeds niet gekend wat de exacte oorzaken zijn van het ontstaan van deze ziektes, maar uit talrijke microscopische onderzoeken van darmweefsel bleek eerder al dat aspirine een schadelijk effect kan hebben op onze darmen.

Om deze bevinding beter te onderzoeken, heeft de UEA de gegevens van 200.000 gezonde vrijwilligers (tussen 30 en 74 jaar oud) uit Europa gebruikt. Bij een klein gedeelte van deze studiepersonen werd ooit de ziekte van Crohn vastgesteld. Door uit te gaan zoeken wie in die groep een regelmatige aspirinegebruiker was, hebben de wetenschappers kunnen achterhalen dat wie gedurende meer dan 1 jaar op regelmatige basis aspirine gebruikt tot 5 maal meer kans heeft om de ziekte van Crohn te ontwikkelen. De studie toont ook aan het gebruik van aspirine geen enkele invloed heeft op het ontwikkelen van colitis ulcerosa.

Dokter Hart dringt er echter op aan om niet resoluut alle aspirinegebruik te weren. Aspirine heeft ook ongelooflijk veel andere medische toepassingen, denk maar aan de preventie bij bloedingen en hartinfarcten. Bovendien ontstaat uit deze groep in de loop der jaren amper 1 patiënt met de ziekte van Crohn per 2.000 langdurige aspirinegebruikers, veel te weinig om het gebruik van aspirine aan banden te leggen, en veel te weinig om aspirine een oorzaak van de ziekte van Crohn te noemen.

Het UEA pleit er trouwens voor om in de toekomst aspirine niet als de oorzaak van, maar als één van de zo vele mogelijke oorzaken van het ontstaan van de ziekte van Crohn te beschouwen, en vraagt een nog veel groter en diepgaander onderzoek naar de oorzaken van de ziekte.

Waarom zou aspirine een verhoogd risico op de ziekte van Crohn kunnen veroorzaken? Volgens Dr. William J. Sandborn (Mayo Clinic) heeft het te maken met het feit dat aspirine de buitenste darmlaag kan beschadigen. Bij mensen die gevoelig zouden zijn om de ziekte te krijgen (bvb omdat de ziekte in de familie zit), zou de ziekte dan door de aspirine uitgelokt of getriggerd kunnen worden.

Bron: Persbericht van de UEA

Noot van de redactie: Aspirine is een NSAID en wordt sowieso afgeraden om te gebruiken bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

zaterdag, 20 maart 2010 12:29

Duizelingwekkende cijfers uit onze darmen

Geschreven door

In het online wetenschappelijk rapport van Nature, 464, 59 - 65 (4 maart 2010), verscheen een grootschalig onderzoek naar de aanwezigheid van alle mogelijke genen aanwezig in het menselijke lichaam. De grootste genoomstudie tot nu toe, uitgevoerd door een internationaal team van onderzoekers (onder leiding van Dr Dusko Ehrlich) die werken aan het Europees project MetaHIT (metagenoom van het menselijk darmkanaal), met de medewerking van onder andere de Vrije Universiteit Brussel, België en de Wageningen Universiteit in Nederland. De hoeveelheid verwerkte informatie in dit onderzoek - 576,6 miljard letters genetische code - is 55 maal groter dan de totale inhoud van Wikipedia. Voor dit onderzoek werden er stoelgangstalen onderzocht van 124 Europeanen. Meestal waren dit gezonde personen maar ook mensen met obsitas en inflammatoire darmziekten (IBD) kwamen aan bod.

Voor de meeste bacteriën is de darm eigenlijk een slechte plaats om te overleven: een te zure omgeving, weinig of geen zuurstof, geen licht en toch zijn ze er. Als we moeten raden hoeveel bacteriën er nu eigenlijk in of op ons lichaam aanwezig zijn, dan blijkt 100 triljoen, dat is nota bene 1 met achttien nullen achter, een heel realistisch antwoord te zijn. Dit is toch nog tien keer meer dan al de cellen uit ons lichaam. Het aantal genen van alle bacteriën uit onze darmflora wordt geschat op 3.3 miljoen. Ter vergelijking: het aantal genen in het menselijk genoom ligt om en bij de 23.000. Dit is een verhouding van 99% van de bacteriën tegenover slechts 1% van de mens. Of om het cru uit te drukken: genetisch zijn we maar 1 procent mens.

Het onderzoek toont dat er in de menselijke darm gemiddeld tussen 1.000 en 1.150 verschillende soorten bacteriën rondhuppelen, en waarvan minstens 160 soorten gemeenschappelijk zijn. De meeste van die bacteriën zijn nog totaal onbekend voor de wetenschap. Doordat het onderzoek zich niet beperkte tot gezonde personen, maar aangevuld werd met zieke mensen zoals patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, kunnen de onderzoekers zeer mooie resultaten aanbieden. Het blijkt dat de verzameling van bacteriën in de darmflora bij gezonde personen verschilt met de verzameling van bacteriën die aanwezig zijn bij colitis ulcerosa en dat de verzameling aan bacteriën bij mensen met de ziekte van Crohn nog anders is.

Jeroen Raes van het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en de Vrije Universiteit Brussel: "Het is uit dat variabel deel dat we hopen om de verklaring te vinden waarom sommige mensen darmziekten krijgen of aanleg hebben tot obesitas. Nu al zien we dat er een relatie bestaat tussen een afwijkende darmflora en bepaalde darmziekten, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa. We hopen dat dit onderzoek kan leiden tot een verbeterd inzicht in darmziekten, of tot de ontwikkeling van nieuwe behandelingen.”

Als je de onderstaande link van Nature aanklikt kom je in het oorspronkelijke Engelstalig artikel terecht. Je kan er zeer mooie grafieken bekijken waaronder die verschillende verzamelingen aan bacteriën.

Bronnen:
Nature

Gazet van Antwerpen

zondag, 07 februari 2010 10:13

Colitis ulcerosa ernstiger bij jonge mensen en bij recente diagnose

Geschreven door

In een Canadese studie die verschenen is in de januari editie van World Journal of Gastroenterology heeft men onderzocht of er redenen zijn waarom er verschil in ziekteactiviteit is tussen verschillende patiënten met colitis ulcerosa. Aan de studie deden 102 Canadese patiënten met colitis ulcerosa mee. De bedoeling was om alle demografische en medische patiëntengegevens samen te brengen en om te kijken of het mogelijk was voorspellingen te doen betreffende de intensiteit en het toekomstige verloop van colitis ulcerosa.

Dit vijf jaar durende onderzoek steunde op twee peilers. Het eerste deel omvatte het aanleggen van een grondig demografisch dossier per patiënt : het omvatte onder andere hun exacte leeftijd, jaar van diagnose, ouderdom bij de diagnose, geslacht, rookgedrag en eventuele familiale banden met personen die IBD (Inflammatory Bowel Disease, waartoe o.a. de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa horen) hadden. Het tweede gedeelte omvatte een jaarlijks medische controle. Op die manier kon men alle patiënten volgens een puntensysteem indelen in drie groepen:  bij 0 tot 2 was er sprake van een milde vorm, 3 tot 5 een middelmatige vorm en de groep van 6 tot 9 was voorbestemd voor de patiënten met de zwaarste vorm van colitis ulcerosa.

Men ontdekte dat het ontstekingsproces het ergst aanwezig was bij zowel jonge mensen als bij patiënten die pas onlangs hun diagnose gekregen hadden. Dit wil eigen zeggen dat het doorgaans even duurt voordat men een goede behandeling heeft voor de patiënten.
Een opmerkelijk resultaat was dat men niet heeft kunnen vaststellen dat roken een gunstig effect heeft op de ziekte-evolutie bij colitis ulcerosa, dit in tegenstelling tot het feit dat artsen en wetenschappers in het verleden bewezen hebben dat roken positief is op het ziekteverloop van colitis ulcerosa.

De onderzoekers gaven toe dat hun onderzoek te beperkt was om duidelijke conclusies te trekken. De resultaten kunnen immers toeval zijn met slechts 102 patiënten. Verder en uitgebreider onderzoek is dan ook nodig.