Tom

Tom

zaterdag, 20 augustus 2016 11:00

Coloscopie

Doel van een coloscopie

Met behulp van dit onderzoek kunnen ontstekingen van de dikke darm (zoals bij de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en microscopische colitis), darmpoliepen en darmkanker aangetoond worden en eventueel darmpoliepen verwijderd worden. Een andere benaming is colonoscopie.


Hoe gebeurt het onderzoek?

Door middel van een flexibele slang met een cameraatje die via de anus wordt ingebracht (het toestel zelf heet een endoscoop), wordt de gehele dikke darm en meestal het einde van de dunne darm (ileum) bekeken. Naargelang hoe ver het onderzoek gaat, kan het onderzoek een andere benaming hebben:
- Enkel de endeldarm (laatste centimeters van je darmen): endoscopie of rectoscopie
- Enkel de laatste 20 centimeter (tot aan het sigmoid): sigmoidscopie
- Enkel het dalende deel van de dikke darm (jou linkerkant van je buik): halve coloscopie of rechtercoloscopie
- je volledige dikke darm (vaak tem het einde van je dunne darm): coloscopie of colonoscopie

Voor het onderzoek start, brengt de arts een beetje gel aan je anus aan, zodat de endoscoop beter glijdt. Tijdens het onderzoek wordt er lucht in je darmen gespoten zodat de endoscoop gemakkelijker dieper kan gaan. Deze lucht kan na het onderzoek lichtjes hinderlijk zijn en het is normaal dat je wat windjes moet laten nadien. In sommige ziekenhuizen - voornamelijk in Nederland - plaatst men een "schoorsteen" na het onderzoek waardoor de anus even open gehouden wordt en de overbodige lucht gemakkelijk wegkan.


Hoe wordt een coloscopie ervaren?

Sommige mensen vinden het onderzoek pijnlijk, anderen merken er niets van, anderen vinden het eerder een onaangenaam gevoel. Veel heeft ook te maken met hoe de darmen momenteel zijn: bij zwaar ontstoken darmen zal de patiënt meer last hebben dan iemand waarbij niets mis te zien is in de darmen. Vooral de eerste bocht (aan je linkerkant de bovenste hoek van je buik) is een lastig punt aangezien de endoscoop daar een erg scherpe bocht moet nemen en dus ook erg tegen de darmwand duwt.


Biopten

Tijdens het onderzoek wordt vaak ook weefsel weggenomen (biopten) om later onder de microscoop te beoordelen. Dit is pijnloos. Als men aan de darmen zelf niets ziet, kan er vaak uit de biopten toch nog iets uitkomen. De uitslag hiervan laat doorgaans enkele weken op zich wachten. Ook het verschil tussen de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa is bij twijfelgevallen vaak pas te zien onder de microscoop.


Duurtijd

Een volledige coloscopie duurt ongeveer 20 minuten tot een half uur. Doorgaans gaat de arts direct naar het diepste punt om daarna terug te keren. Het is bij het terug uittrekken van de endoscoop dat de arts het best de darmen kan bekijken.


Verdoving

Tijdens het onderzoek krijgt men meestal een roesje (lichte verdoving, bijvoorbeeld het slaapmiddel Dormicum, vaak in combinatie met pijnstillers) via een infuus (in Nederland). In België wordt het onderzoek ook vaak onder algehele narcose gedaan. De keuze is afhankelijk van het ziekenhuis. Na afloop van het onderzoek is het nodig dat men nog enige tijd blijft zodat men zeker goed wakker is. De ziekenhuizen/artsen die geen roesje of narcose voorzien zijn gelukkig in de minderheid. Vraag hier dan ook op voorhand naar zodat je desnoods naar een ander ziekenhuis kan gaan.

Laxatie

Voorafgaand aan het onderzoek is het nodig om de dikke darm leeg en schoon te maken. Dit doe je door te laxeren. Vele patiënten vinden dit eigenlijk erger dan het eigenlijk onderzoek. Hiervoor moet een patiënt meestal een speciale drank op basis van een zoutoplossing drinken (bv. Klean-Prep®) soms aangevuld met een dieet. Klean-prep® is het oudste laxeermiddel voor een coloscopie en werd tot 2010 het meeste gebruikt. Doorgaans moet men 4 tot 5 liter drinken om de darmen te legen. Dit is erg veel om op korte tijd te drinken. Tegenwoordig zijn er ook andere middelen waar men minder van moet drinken (2 liter tot 2 kleine flesjes) zoals Orale Fleet®, Phosphoral®, Colofort® en Moviprep®. Opmerking: indien het een klein onderzoek is van het einde van de dikke darm (rectoscopie of sigmoidscopie) dan laxeert men doorgaans via een lavement/klysma.

Enkele tips

- Een 3-tal dagen voor het ondrzoek kan je je voeding al aanpassen (een restenarm dieet is het best) waarbij je vooral vezels probeert te vermijden. Hierdoor zullen je darmen sneller schoon zijn (en zal je dus minder laxeermiddel moeten drinken).
- Bij de voorbereiding met Klean-Prep® of een ander laxeermiddel kun je het mengsel proberen te mengen met citroensap of grenadine. Sprite en appelsap doen het ook goed, als het maar suikervrij is. Suiker kleeft namelijk aan de darmwand.
- Drink tijdens de voorbereiding genoeg water. Dit voorkomt dat je zou kunnen uitdrogen, zeker bij middelen met weinig vloeistof, zoals Phosporal® en Fleet®. Je mag ook gezeefde bouillon drinken: dit neemt je hongergevoel een beetje weg.
- Zeker geen cola of koffie drinken tijdens het laxeren, aangezien dit tijdens het onderzoek op bloed kan lijken.
- Je mag niet met de auto rijden na het onderzoek, omdat deze gebeurt onder lokale verdoving/roesje of volledige verdoving. Zorg dus voor begeleiding en vervoer naar huis.De verdoving kan tot 24 uur in je lichaam zitten. Zo lang kan je je slaperig voelen. De dag na het onderzoek kan je dus best ook niet met de auto rijden of gaan werken.
- Trek eventueel voor het onderzoek een lang shirt aan. Je moet namelijk je onderkleding uittrekken voor het onderzoek en dan kan het prettig zijn als je toch nog wat meer bedekt bent.

maandag, 01 augustus 2016 15:08

Bloedonderzoek

Door middel van het afnemen van bloed uit de arm kunnen veel zaken onderzocht worden. Bij oriënterend bloedonderzoek wordt gekeken of er sprake is van een ontsteking of bloedarmoede. Ook het functioneren van bijvoorbeeld de lever en nieren kan door middel van bloedonderzoek onderzocht worden. Daarnaast kunnen bepaalde antistoffen, zoals bij coeliakie of reuma aangetoond worden. Dit geeft in het algemeen niet 100% zekerheid. Ook is het mogelijk dat een patiënt een ontsteking heeft, terwijl dit niet zichtbaar is in het bloed. Een bloedonderzoek is een snelle manier om te zien of er ziekteactiviteit is bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Ook bepaalde bijwerkingen van medicijnen kunnen via het bloed opgevolgd worden. Tenslotte dient bloedonderzoek ook om bepaalde tekorten zoals bvb ijzer, vitamine B12 en foliumzuur op te merken.

Belangrijkste testen bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa:

Bloedtelling Dit testje is een handige indicator voor je dokter over je algemene gezondheid en hij kan er aan zien of je bloedarmoede hebt (dit wil zeggen dat je te weinig rode bloedlichaampjes hebt) of een infectie hebt.

Bloed bestaat uit enkele verschillende celtypes: witte bloedlichaampjes bestrijden infecties en een verhoogd niveau zou kunnen betekenen dat er iets mis is, dwz dat je lichaam tegen iets aan het vechten is en daarom te veel witte bloedlichaampjes aanmaakt. Dit zijn de afvalverwerkers van het lichaam en 'eten' infecties. Een verhoogd niveau van deze afvalverwerkers kan een infectie als gevolg van een IBD betekenen.

De rode bloedlichaampjes brengen zuurstof in het lichaam rond. Een verlaagd niveau kan betekenen dat u bloedarmoede hebt, dit wordt meestal veroorzaakt door een ijzertekort wat kan duiden op een bloeding.

Bloedplaatjes worden geteld om te zien of u last heeft van interne bloedingen. Hiernaast worden uw witte bloedlichaampjes geteld.

ESR - Erythrocyte Sedimentation Rate Deze test kijkt naar de mate van je ontsteking, wat laat zien in hoeverre je ziekte aan het opflakkeren is. De normale waarde is ongeveer 10, maar tijdens een opstoot kan dit meer dan 100 worden. Een verhoogde ESR meting laat zien dat het lichaam ergens een infectie heeft en dat het hierop reageert.

CRP - C- reactive protein De dokter zal voor deze test zeker vragen bij patiënten met de ziekte van Crohn. Het werkt ongeveer hetzelfde als een ESR-test, namelijk het meet hoe ernstig de ontsteking is. Het is ook nuttig bij het uitzoeken in hoe verre uw medicijnen werken bij het onder controle brengen van je opstoten.

Urea, electrolytes, glucose, calcium, magnesium Het CMP is een vaak uitgevoerde groep van 14 tests dat uw dokter belangrijke informatie verschaft over de huidige staat van uw nieren, lever, electrolieten en zuurniveau en ook uw bloedsuiker en proteïnen. Abnormale resultaten, en voornamelijk combinaties hiervan, kunnen een probleem aanduiden dat aangepakt dient te worden.

De ziekte van Crohn is een chronische ontstekingsziekte van het maagdarmstelsel die gekenmerkt wordt door terugkerende inflammatoire opstoten. Het is aangetoond het Complement Reactief Proteïne (beter gekend als CRP dat bij elk bloedonderzoek nagekeken wordt) een nauwkeurige parameter is voor het meten van de ernst van een ontsteking in ons lichaam. Toch hebben artsen vastgesteld dat er bij 20 tot 25 procent van de Crohnpatiënten er geen verhoging in de CRP-waardes optreedt. De reden hiervoor is niet gekend. Aan de universitaire ziekenhuizen van Leuven, België en Großhadern, Duitsland werd gezocht naar eventuele mutaties in het genpatroon dat verantwoordelijk is voor het opstarten van de eiwitproductie bij een CRP activatie. Anderzijds werd ook de invloed van het interleukine 6 (IL-6) op de CRP-productie onderzocht. IL-6 zorgt er immers voor dat de hepatocyten (dat zijn levercellen die nauw betrokken zijn bij de aanmaak van eiwitten) gestimuleerd worden tot de aanmaak van het CRP.

Een groep van 718 patiënten met een actieve vorm van de ziekte van Crohn, die behandeld werden met infliximab (Remicade) en waarbij men de CRP-waarden van de patiënten kende, werd ingedeeld in twee groepen. Naast de patiënten met een hogere CRP-waarde werden ook 34 patiënten gevonden met een door endoscopie bevestigde actieve ontsteking van de ziekte van Crohn maar met een normale CRP. In beide groepen werden de IL-6 concentraties in het bloed gemeten en werd er gezocht naar eventuele mutaties aan het CRP producerende gen.

De conclusie was dat patiënten met een lagere CRP minder interleukine 6 in het bloed hadden. Een genmutatie werd niet vastgesteld. Of dit ook effecten heeft in de darmen zelf dient nog verder onderzocht te worden. De resultaten werden bekend gemaakt op het ECCO 2010 congres.

Op de ‘Digestive Disease Week‘ 2010 in New Orleans, VS, heeft dokter Andrew Hart vanThe University of East Anglia (‘UEA's School of Medicine’ in Groot-Brittannië) zijn studie over de mogelijke gevolgen van het langdurig gebruik van aspirine bij mensen met inflammatoire darmziekten (IBD) voorgesteld. De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn de twee bekendste voorbeelden van deze inflammatoire darmziekten. Tot op heden is nog steeds niet gekend wat de exacte oorzaken zijn van het ontstaan van deze ziektes, maar uit talrijke microscopische onderzoeken van darmweefsel bleek eerder al dat aspirine een schadelijk effect kan hebben op onze darmen.

Om deze bevinding beter te onderzoeken, heeft de UEA de gegevens van 200.000 gezonde vrijwilligers (tussen 30 en 74 jaar oud) uit Europa gebruikt. Bij een klein gedeelte van deze studiepersonen werd ooit de ziekte van Crohn vastgesteld. Door uit te gaan zoeken wie in die groep een regelmatige aspirinegebruiker was, hebben de wetenschappers kunnen achterhalen dat wie gedurende meer dan 1 jaar op regelmatige basis aspirine gebruikt tot 5 maal meer kans heeft om de ziekte van Crohn te ontwikkelen. De studie toont ook aan het gebruik van aspirine geen enkele invloed heeft op het ontwikkelen van colitis ulcerosa.

Dokter Hart dringt er echter op aan om niet resoluut alle aspirinegebruik te weren. Aspirine heeft ook ongelooflijk veel andere medische toepassingen, denk maar aan de preventie bij bloedingen en hartinfarcten. Bovendien ontstaat uit deze groep in de loop der jaren amper 1 patiënt met de ziekte van Crohn per 2.000 langdurige aspirinegebruikers, veel te weinig om het gebruik van aspirine aan banden te leggen, en veel te weinig om aspirine een oorzaak van de ziekte van Crohn te noemen.

Het UEA pleit er trouwens voor om in de toekomst aspirine niet als de oorzaak van, maar als één van de zo vele mogelijke oorzaken van het ontstaan van de ziekte van Crohn te beschouwen, en vraagt een nog veel groter en diepgaander onderzoek naar de oorzaken van de ziekte.

Waarom zou aspirine een verhoogd risico op de ziekte van Crohn kunnen veroorzaken? Volgens Dr. William J. Sandborn (Mayo Clinic) heeft het te maken met het feit dat aspirine de buitenste darmlaag kan beschadigen. Bij mensen die gevoelig zouden zijn om de ziekte te krijgen (bvb omdat de ziekte in de familie zit), zou de ziekte dan door de aspirine uitgelokt of getriggerd kunnen worden.

Bron: Persbericht van de UEA

Noot van de redactie: Aspirine is een NSAID en wordt sowieso afgeraden om te gebruiken bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

zaterdag, 20 maart 2010 12:29

Duizelingwekkende cijfers uit onze darmen

In het online wetenschappelijk rapport van Nature, 464, 59 - 65 (4 maart 2010), verscheen een grootschalig onderzoek naar de aanwezigheid van alle mogelijke genen aanwezig in het menselijke lichaam. De grootste genoomstudie tot nu toe, uitgevoerd door een internationaal team van onderzoekers (onder leiding van Dr Dusko Ehrlich) die werken aan het Europees project MetaHIT (metagenoom van het menselijk darmkanaal), met de medewerking van onder andere de Vrije Universiteit Brussel, België en de Wageningen Universiteit in Nederland. De hoeveelheid verwerkte informatie in dit onderzoek - 576,6 miljard letters genetische code - is 55 maal groter dan de totale inhoud van Wikipedia. Voor dit onderzoek werden er stoelgangstalen onderzocht van 124 Europeanen. Meestal waren dit gezonde personen maar ook mensen met obsitas en inflammatoire darmziekten (IBD) kwamen aan bod.

Voor de meeste bacteriën is de darm eigenlijk een slechte plaats om te overleven: een te zure omgeving, weinig of geen zuurstof, geen licht en toch zijn ze er. Als we moeten raden hoeveel bacteriën er nu eigenlijk in of op ons lichaam aanwezig zijn, dan blijkt 100 triljoen, dat is nota bene 1 met achttien nullen achter, een heel realistisch antwoord te zijn. Dit is toch nog tien keer meer dan al de cellen uit ons lichaam. Het aantal genen van alle bacteriën uit onze darmflora wordt geschat op 3.3 miljoen. Ter vergelijking: het aantal genen in het menselijk genoom ligt om en bij de 23.000. Dit is een verhouding van 99% van de bacteriën tegenover slechts 1% van de mens. Of om het cru uit te drukken: genetisch zijn we maar 1 procent mens.

Het onderzoek toont dat er in de menselijke darm gemiddeld tussen 1.000 en 1.150 verschillende soorten bacteriën rondhuppelen, en waarvan minstens 160 soorten gemeenschappelijk zijn. De meeste van die bacteriën zijn nog totaal onbekend voor de wetenschap. Doordat het onderzoek zich niet beperkte tot gezonde personen, maar aangevuld werd met zieke mensen zoals patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, kunnen de onderzoekers zeer mooie resultaten aanbieden. Het blijkt dat de verzameling van bacteriën in de darmflora bij gezonde personen verschilt met de verzameling van bacteriën die aanwezig zijn bij colitis ulcerosa en dat de verzameling aan bacteriën bij mensen met de ziekte van Crohn nog anders is.

Jeroen Raes van het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie) en de Vrije Universiteit Brussel: "Het is uit dat variabel deel dat we hopen om de verklaring te vinden waarom sommige mensen darmziekten krijgen of aanleg hebben tot obesitas. Nu al zien we dat er een relatie bestaat tussen een afwijkende darmflora en bepaalde darmziekten, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa. We hopen dat dit onderzoek kan leiden tot een verbeterd inzicht in darmziekten, of tot de ontwikkeling van nieuwe behandelingen.”

Als je de onderstaande link van Nature aanklikt kom je in het oorspronkelijke Engelstalig artikel terecht. Je kan er zeer mooie grafieken bekijken waaronder die verschillende verzamelingen aan bacteriën.

Bronnen:
Nature

Gazet van Antwerpen

In een Canadese studie die verschenen is in de januari editie van World Journal of Gastroenterology heeft men onderzocht of er redenen zijn waarom er verschil in ziekteactiviteit is tussen verschillende patiënten met colitis ulcerosa. Aan de studie deden 102 Canadese patiënten met colitis ulcerosa mee. De bedoeling was om alle demografische en medische patiëntengegevens samen te brengen en om te kijken of het mogelijk was voorspellingen te doen betreffende de intensiteit en het toekomstige verloop van colitis ulcerosa.

Dit vijf jaar durende onderzoek steunde op twee peilers. Het eerste deel omvatte het aanleggen van een grondig demografisch dossier per patiënt : het omvatte onder andere hun exacte leeftijd, jaar van diagnose, ouderdom bij de diagnose, geslacht, rookgedrag en eventuele familiale banden met personen die IBD (Inflammatory Bowel Disease, waartoe o.a. de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa horen) hadden. Het tweede gedeelte omvatte een jaarlijks medische controle. Op die manier kon men alle patiënten volgens een puntensysteem indelen in drie groepen:  bij 0 tot 2 was er sprake van een milde vorm, 3 tot 5 een middelmatige vorm en de groep van 6 tot 9 was voorbestemd voor de patiënten met de zwaarste vorm van colitis ulcerosa.

Men ontdekte dat het ontstekingsproces het ergst aanwezig was bij zowel jonge mensen als bij patiënten die pas onlangs hun diagnose gekregen hadden. Dit wil eigen zeggen dat het doorgaans even duurt voordat men een goede behandeling heeft voor de patiënten.
Een opmerkelijk resultaat was dat men niet heeft kunnen vaststellen dat roken een gunstig effect heeft op de ziekte-evolutie bij colitis ulcerosa, dit in tegenstelling tot het feit dat artsen en wetenschappers in het verleden bewezen hebben dat roken positief is op het ziekteverloop van colitis ulcerosa.

De onderzoekers gaven toe dat hun onderzoek te beperkt was om duidelijke conclusies te trekken. De resultaten kunnen immers toeval zijn met slechts 102 patiënten. Verder en uitgebreider onderzoek is dan ook nodig.

zondag, 13 december 2009 19:51

IBD en vermoeidheid

Aan de Rijksuniversiteit Groningen heeft men een onderzoek gedaan naar het verband tussen IBD (ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) en vermoeidheid. Het persbericht is hieronder te lezen.

De term ‘inflammatory bowel disease’ (IBD) wordt gebruikt om een ziektebeeld aan te duiden dat gekenmerkt wordt door een chronische ontsteking van het maag-darmkanaal. De twee belangrijkste vormen van IBD zijn de ziekte van Crohn (CD) en colitis ulcerosa (UC). In de literatuur heerst nog onduidelijkheid over het vóórkomen van vermoeidheid. In de praktijk blijkt echter dat vermoeidheid een zeer grote rol speelt bij IBD-patiënten. Vermoeidheid kan een negatief effect hebben op de ervaren kwaliteit van leven. Met dit onderzoek wordt gepoogd een indruk te krijgen van de factoren die een rol spelen bij ervaren vermoeidheid. Wanneer er meer inzicht wordt verkregen in de achterliggende oorzaken van vermoeidheid, kunnen bijvoorbeeld artsen beter inspelen op de vermoeidheidsklachten. Hierdoor zou de vermoeidheid kunnen verminderen en de kwaliteit van leven verbeteren.

In dit onderzoek wordt ten eerste gekeken naar de prevalentie en ernst van vermoeidheid bij IBD-patiënten. Daarnaast worden factoren in kaart gebracht die van invloed zijn op de ervaren vermoeidheid bij IBD-patiënten. Tot slot wordt onderzocht welke aspecten van kwaliteit van leven beïnvloed worden door vermoeidheid en in welke mate vermoeidheid de kwaliteit van leven beïnvloedt. Het onderzoek is uitgevoerd onder 82 personen met de ziekte van Crohn en 50 personen met colitis ulcerosa.

Van de patiënten met de ziekte van Crohn geeft 83.9% aan, in de afgelopen twee weken, zich in meer of mindere mate moe te hebben gevoeld. Van deze mensen heeft 18.5% voortdurend te maken met vermoeidheid. Bij patiënten met colitis ulcerosa voelt 83.6% zich in meer of mindere mate vermoeid. 18.4% van deze groep voelt zich voortdurend vermoeid. Opvallend is dat niet alle vermoeide IBD-patiënten hun ervaren vermoeidheid ook als problematisch ervaren.

Van de IBD-patiënten voelt 12.2% zich een groot deel van de tijd of de hele tijd depressief. 30.5% van de patiënten voelt zich een klein of matig deel van de tijd depressief.
De gemiddelde ziekte-ernst bij patiënten met de ziekte van Crohn is hoger dan de gemiddelde ziekte-ernst van patiënten met de ziekte van Crohn. Hogere ziekte-ernst gaat samen met grotere ervaren vermoeidheid. Ditzelfde geldt voor ziekteactiviteit en vermoeidheid.

Somatische factoren (ziekte-ernst en ziekteactiviteit) verklaren 18.7% van de variantie in vermoeidheid. Psychosociale factoren spelen echter een minstens zo belangrijke rol bij het verklaren van vermoeidheid bij IBD-patiënten. De ziektecognities hulpeloosheid, ziekteacceptatie & disease benefits en sociale interacties (sociale steun) vertonen correlaties met vermoeidheid. Ziektecognities voegen 19.6% verklaarde variantie toe aan het model. Sociale steun verklaart 4.6% van de variantie in vermoeidheid. De totale verklaarde variantie van het model is ruim 43%.

Naast het behandelen van de ziekte is het van groot belang IBD-patiënten psychologisch te ondersteunen. Al bestaand beleid bij langdurige, lichamelijk onverklaarbare moeheidsklachten zou handvatten kunnen bieden voor interventies bij IBD-patiënten. Cognitieve gedragstherapie kan hierbij een rol spelen.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Uit een nieuw onderzoek uitgevoerd aan de Mayo Clinic (VS) blijkt dat patiënten met colitis ulcerosa die Remicade gebruiken na 1 jaar 41% minder kans hebben op een colectomie (volledige verwijdering van de dikke darm). De studie verscheen in oktober 2009 in Gastroenterology.

Het ging om een internationale studie waaraan 728 patiënten meededen. Men kreeg ofwel een placebo ofwel Remicade gedurende 46 weken. Remicade werd toegediend volgens het gebruikelijke schema op 0, 2 en 6 weken, en vervolgens elke 8 weken. Na 54 weken had in de Remicadegroep 10% een colectomie moeten laten doen, in de placeborgoep was dit 17% (in relatieve cijfers 41% meer). Ook stelde men vast dat in de Remicadegroep er minder kans was op een hospitalisatie.

Patiënten willen natuurlijk liefst niet geopereerd worden en Remicade is volgens de onderzoekers een medicijn dat de noodzaak voor een operatie sterk vermindert.

donderdag, 20 juli 2017 19:13

Echografie

Echografie is een onderzoek waarbij met behulp van geluidsgolven beelden worden gemaakt. Eerst wordt er gel op de huid boven het te onderzoeken orgaan aangebracht. Een echo kan van zowel de bovenbuik (waarbij de lever, galblaas, alvleesklier, milt, nieren en buikslagaders bekeken worden) als de onderbuik gemaakt worden. De voorbereiding verschilt per onderzoek, het kan nodig zijn om vooraf nuchter te zijn. Het onderzoek duurt ongeveer 20-30 minuten.

Tegenwoordig wordt dit onderzoek nog maar amper uitgevoerd, aangezien de andere onderzoeksmethoden betere resultaten geven. Het wordt vooral gebruikt als de arts snel een algemeen beeld wil zien van de buik.

vrijdag, 18 september 2009 14:18

CT- en MRI-scan

CT-scan:

Doel:
Met dit onderzoek kunnen onder andere ontstekingen in de darmwand en in de buitenbekleding van de darm, abcessen, tumoren en fistels worden aangetoond. Ook de andere inwendige organen als de nieren, lever en alvleesklier worden bij dit onderzoek in beeld gebracht.

Procedure:
Bij dit onderzoek wordt een scan van de buik gemaakt. Voorafgaand aan het onderzoek moet de patiënt enkele
uren nuchter zijn en een contrastvloeistof drinken. Vaak wordt ook tijdens het onderzoek contrastvloeistof ingespoten via een
infuus. Het onderzoek duurt ongeveer 10-15 minuten. Nadeel van dit onderzoek is de stralingsbelasting.

Tegenwoordig geeft men eerder de voorkeur aan een MRI-scan, aangezien deze betere resultaten geeft, zeker voor fistels.

MRI-scan (magnetic resonance imaging):

Doel:
Met behulp van dit onderzoek kunnen fistels worden aangetoond en kan onderzoek van de dikke en dunne darm gedaan worden. Dit gebeurt meestal alleen als andere onderzoeken niets opgeleverd hebben.

Procedure:
Bij dit onderzoek wordt de patiënt niet blootgesteld aan röntgenstralen, maar gebruikt men een sterk magneetveld en radiogolven. Het apparaat bestaat uit een soort koker van 1,5 meter lang en een diameter van 70 cm. Sommige mensen krijgen een benauwd gevoel in het MRI-apparaat. Vooraf moet de patiënt contrastvloeistof drinken. Soms wordt een contrastvloeistof of een middel om de darmbewegingen te verminderen, zoals Buscopan, via een infuus toegediend. Het onderzoek duurt ongeveer 30-60 minuten.