Crohnsite.be

Op deze website vind je informatie over de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Ook proberen we tips te geven en volgen we de laatste ontwikkelingen rond beide ziekten.

 

 

Crohn en colitis ulcerosa

De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn ongeneeslijke darmziekten. De oorzaak is voorlopig nog onbekend, hoewel een overactief immuunsysteem waarschijnlijk een belangrijke rol speelt. 
 
 

Vragen?

Herken je je in de symptomen of heb je medische vragen bij wat je gelezen hebt op de website? Wij zijn geen artsen, ga daarom met je vragen naar je huisarts of darmspecialist. 

donderdag, 14 juli 2016 10:44

Remicade

Remicade (Infliximab) werkt door het lichaamseiwit met de naam tumor necrosis factor alpha (TNFα) te blokkeren. Doordat patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa deze stof te veel hebben veroorzaakt dit darmontstekingen met  de gekende symptomen o.a. diarree een krampen tot gevolg. De In de antistoffen van Remicade zit een deel muizeneinwitten waardoor er een kans is dat men allergisch reageert op de Remicade. Alternatief is dan Humira obv humane antistoffen. Remicade wordt gegeven bij patiënten met een ernstige vorm van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa waarbij andere medicijnen niet meer voldoende werken.

Remicade wordt toegediend per infuus via dagziekenhuis. De looptijd duurt doorgaans 2 uur. Bij sommige patiënten wordt dit trager gezet als er een risico is op een allergische reactie.

Bij opstart van het medicijn krijg je
- 1ste infuus op week 0
- 2de infuus op week 2
- 3de infuus op week 6

Het is mogelijk dat je voor de eerste infusen corticosteroïden (Medrol/Prednison) toegediend krijgt of die dag dient in te nemen. Vaak krijg je de eerste maanden ook nog een ander medicijn (doorgaans Imuran) om de kans van slagen gevoelig te laten stijgen.

Daarna heb je voldoende medicijn in je lichaam en zit er 6 à 8 weken tussen 2 infusen. De tijd tussen 2 infusen kan verschillen van patiënt tot patiënt en heeft te maken tot hoe snel het medicijn uitgewerkt is. Via een speciale bloedtest vlak voor toediening (kostprijs 50 euro in België zelf te betalen) kan men nakijken in je bloed hoeveel medicijn er nog aanwezig is. Tegelijk kan men dan checken hoeveel anticlichamen je aangemaakt hebt tegen de Remicade. Te veel antilichamen verminderen de werking en doen het risico op een allergische reactie stijgen.

Een zeer beperkt aantal patiënten kunnen allergische reacties vertonen tijdens de toediening van Remicade (plotse roodheid, warmte, onwel worden tot zelfs bloeddrukval ). In dit geval wordt het infuus stopgezet en medicatie toegediend. Nadien kan men, indien de reactie niet te uitgesproken was, proberen het infuus aan een trage snelheid terug op te starten. De kans op een allergische reactie is veel groter als men in het verleden als Remicade gekregen heeft en men er een tijdje mee gestopt is. In de tussentijd kan je lichaam dan antilichamen tegen de Remicade aangemaakt hebben. Daarom zal men als het beter met je gaat niet onmiddelijk stoppen met dit medicijn omdat de kans groot is dat het niet meer werkt als je het in de toekomst terug nodig zou hebben.

Indien je een infectie hebt (vb keelontsteking, longontsteking) dien je vooraf je arts of ziekenhuis te contacteren aangezien Remicade dan niet toegediend mag worden. Ook bij twijfel steeds contact opnemen.

 

Uit een nieuw onderzoek uitgevoerd aan de Mayo Clinic (VS) blijkt dat patiënten met colitis ulcerosa die Remicade gebruiken na 1 jaar 41% minder kans hebben op een colectomie (volledige verwijdering van de dikke darm). De studie verscheen in oktober 2009 in Gastroenterology.

Het ging om een internationale studie waaraan 728 patiënten meededen. Men kreeg ofwel een placebo ofwel Remicade gedurende 46 weken. Remicade werd toegediend volgens het gebruikelijke schema op 0, 2 en 6 weken, en vervolgens elke 8 weken. Na 54 weken had in de Remicadegroep 10% een colectomie moeten laten doen, in de placeborgoep was dit 17% (in relatieve cijfers 41% meer). Ook stelde men vast dat in de Remicadegroep er minder kans was op een hospitalisatie.

Patiënten willen natuurlijk liefst niet geopereerd worden en Remicade is volgens de onderzoekers een medicijn dat de noodzaak voor een operatie sterk vermindert.

Nieuwe studieresultaten tonen aan dat patiënten met de ziekte van Crohn, die gemiddeld vijf jaar met infliximab (Nvdr. dit is de stofnaam van Remicade) werden behandeld, naast een duurzaam klinisch voordeel ook een betere evolutie vertoonden van de ziekte op lange termijn. Er werd bij deze patiënten een significante daling van het aantal ziekenhuisopnames geconstateerd en ook het aantal chirurgische ingrepen verminderde significant.

In een afzonderlijke studie stelden onderzoekers van UZ Leuven vast dat een langetermijn behandeling met infliximab doorgaans goed wordt verdragen door patiënten met een inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) en dat ernstige ongewenste nevenwerkingen niet vaker werden vastgesteld dan bij patiënten die de therapie niet volgden. De resultaten van beide studies werden gepubliceerd in het on-linenummer van Oktober van Gut.

In deze observationele monocentrische studie werd bij meer dan 60 procent van Crohnpatiënten, die met infliximab werden behandeld, een blijvende verbetering van hun symptomen vastgesteld gedurende een opvolgingsperiode van vijf jaar. Bovendien werden patiënten met een onderhoudsbehandeling minder vaak opgenomen in het ziekenhuis dan patiënten die de therapie episodisch kregen toegediend.

Daarnaast werd aan de hand van een afzonderlijke retrospectieve studie van patiënten met een inflammatoire darmziekte (IBD-patiënten) die gedurende 14 jaar in UZ Leuven werden behandeld, de veiligheid op lange termijn van het geneesmiddel nagegaan voor patiënten die met infliximab werden behandeld. De medische dossiers van meer dan 1.400 IBD-patiënten (743 behandeld met infliximab en 666 niet behandeld met infliximab) werden beoordeeld op nevenwerkingen. Bij de beëindiging van de studie werd vastgesteld dat er in totaal 113 ernstige nevenwerkingen (SAE’s) waren opgetreden bij 93 (13 procent) patiënten die met infliximab waren behandeld, tegenover 157 SAE’s bij 126 (19 procent) patiënten uit de controlegroep. Er was geen verschil tussen de twee groepen wat de mortaliteit, het voorkomen van kwaadaardige gezwellen en het aantal infecties betreft.

“Deze gegevens, afkomstig uit de klinische praktijk en ervaring, tonen duidelijk het klinische voordeel op lange termijn aan alsook de veiligheid van infliximab voor patiënten die lijden aan deze inflammatoire darmziekten die de levenskwaliteit ernstig verminderen,” aldus prof. dr. Severine Vermeire klinisch onderzoeker in deze studies.
Prof. dr. Paul Rutgeerts corresponderend auteur van de studies benadrukt dat het gaat om unieke studies daar in dit onderzoek al de patiënten opgevolgd werden die met deze biologische therapie behandeld werden en de veiligheid ervan vergeleken werd met de nevenwerkingen van niet-biologische therapie in een geschikte controlepopulatie.

Klinische uitkomsten en samenvatting van de resultaten

Een langetermijnopvolging van gemiddeld 55 maanden was beschikbaar voor 614 patiënten die aan de ziekte van Crohn lijden en tussen 1994 en 2007 in UZ Leuven met infliximab werden behandeld. De analyse van de studie legde zich toe op de patiënten die binnen de tien weken op het geneesmiddel reageerden (547 patiënten). Bij 353 patiënten (65 procent) werd een episodische behandeling (op het moment van herval van de symptomen) uitgevoerd, bij 194 patiënten (36 procent) een onderhoudsbehandeling om de acht weken en bij 163 patiënten (30 procent) werd van een episodische behandeling overgeschakeld op een onderhoudsbehandeling.

In totaal werden 7.433 infuzen met infliximab toegediend gedurende gemiddeld 55 maanden. Bij 63 procent van de patiënten werd op lange termijn een duurzaam klinisch voordeel vastgesteld. Aan 43 procent van die patiënten werd verder infliximab toegediend, terwijl 20 procent van de patiënten met de behandeling konden stoppen wegens remissie. Die laatste patiënten bleven in remissie gedurende gemiddeld 47 maanden nadat de toediening van infliximab was gestopt. Na het begin van de infliximabtherapie werd slechts 42 procent van de patiënten opgenomen in het ziekenhuis. De ziekenhuisopname van patiënten die een episodische therapie volgden (47 procent) was hoger dan die van patiënten die een onderhoudsbehandeling kregen (26 procent). Daarnaast hadden patiënten die een onderhoudsbehandeling met infliximabinfuzen kregen en patiënten die van een episodische behandeling op een onderhoudsbehandeling om de 8 weken werden overgeschakeld op lange termijn significant minder nood aan ingrijpende abdominale chirurgie dan patiënten die een episodische behandeling bleven volgen.

Veiligheid en samenvatting van de resultaten

In een afzonderlijke studie werden in totaal 743 IBD-patiënten opgevolgd die tussen 1994 en 2008 met infliximab werden behandeld. De nevenwerkingen van de behandeling werden vergeleken met een controlegroep van patiënten die niet met infliximab of een andere biologische therapie werden behandeld (666 patiënten). Infliximab werd toegediend in een dosis van 5 mg/kg als infuus over twee uur. Patiënten die een inductietherapie volgden, kregen een infuus toegediend op week 0, 2 en 6; een onderhoudstherapie was gedefinieerd als de toediening van een infuus op geregelde tijdstippen om de 8 weken of zo nodig met korter interval; alle andere toedieningen werden als episodisch beschouwd. In totaal werden 7.276 infuzen toegediend.

De studie spitste zich toe op veiligheidsaspecten, onder andere mortaliteit, neoplasie, infecties, allergische reacties op infuzen, auto-immune verschijnselen en dermatologische symptomen. Twaalf patiënten in de infliximabgroep en zestien patiënten in de controlegroep overleden tijdens de opvolgingsfase. Vijftien kwaadaardige tumoren en acht niet-melanome huidkankers (NMSC’s) werden gediagnosticeerd bij eenenwintig patiënten in de infliximabgroep, tegenover zevenendertig kwaadaardige tumoren en vijf NMSC’s bij dertig patiënten in de controlegroep (verschil niet-significant). Ook het aantal ernstige infecties in de infliximabgroep verschilde niet significant van de controlegroep (respectievelijk 59 ernstige infecties bij 48 patiënten en 77 ernstige infecties bij 62 patiënten). Reacties op de infusen van infliximab waren doorgaans vrij onschuldig en kwamen bij 17 percent van de patiënten voor.

Bron: Persbericht UZ Leuven